Gehoorverlies en cognitieve tests
Waarom onbehandeld gehoorverlies een cognitieve test kan doen mislukken, en wat daaraan te doen is — stand juli 2026. Informatief document, geen medisch advies.
Begeleidende documenten: BelRAI bij CBS — hoe de inschaling concreet werkt en De KATZ-schaal in Vlaamse woonzorgcentra.
Waarom dit bij CBS belangrijk is. CBS tast spraak en taal aan, en gaat regelmatig samen met een levenslang of ouderdomsgerelateerd gehoorprobleem dat de diagnose mee vertroebelt (zie Wat is CBS? — complexiteit door comorbiditeit). Wie in die situatie een cognitieve test ondergaat zonder dat het gehoor wordt verrekend, loopt het risico op een beeld dat niets met het werkelijke denkvermogen te maken heeft — te slecht ingeschat, soms ook te goed.
1. Het probleem in één experiment
Dit is geen theoretisch risico maar gemeten. Jorgensen, Palmer en Pratt[1] lieten 125 jonge, cognitief volkomen gezonde proefpersonen de MMSE afleggen — de meest gebruikte dementietest ter wereld — nadat ze willekeurig waren ingedeeld in vijf groepen met oplopend gesimuleerd gehoorverlies.
| Gesimuleerd gehoorverlies | Gemiddelde MMSE-score |
|---|---|
| Normaal gehoor / licht verlies | boven 27 (normaal) |
| Matig-ernstig verlies | 16,84 (dementie-bereik) |
| Ernstig verlies | 10,36 (dementie-bereik) |
| Zeer ernstig verlies | 4,2 (diep dementie-bereik) |
Bron: Jorgensen LE, Palmer CV, Pratt S, et al. (2016), Journal of the American Academy of Audiology 27(4):311-323 — zie Bronnen onderaan.
Geen van deze proefpersonen had ook maar iets mankerend aan hun cognitie. Het enige verschil was audibiliteit: konden ze de mondelinge instructies horen of niet. Bij de zwaarste gradaties zou zo goed als iedereen een dementiediagnose hebben gekregen, terwijl er niets aan de hand was.
2. Waarom dit gebeurt — en hoe vaak het zich voordoet
De meeste cognitieve screeningstests (MMSE, MoCA) zijn auditief opgebouwd: de instructies worden mondeling gegeven, en een deel van de score hangt af van wat de persoon correct hoort, niet van wat ze correct denkt. Gehoorverlies verlaagt de score dus op precies dezelfde manier als cognitieve achteruitgang dat zou doen — de test kan het verschil niet zien.
Dit is bovendien geen randgeval in een woonzorgcentrum. Onderzoek naar de doelgroep zelf toont dat gehoorverlies er de norm is, niet de uitzondering: schattingen lopen op tot rond 75 à 90% van de bewoners met een vorm van gehoorverlies[4], in een populatie waar dementie eveneens bij de meerderheid voorkomt. Hoe vaker beide samen voorkomen, hoe groter de kans dat een test het ene voor het andere aanziet.
3. De oplossing bestaat: een visuele/schriftelijke test
Er is een aangepaste versie ontwikkeld die net dit probleem omzeilt: de MoCA-H (Montreal Cognitive Assessment – Hearing-impaired), waarbij de mondelinge instructies zoveel mogelijk vervangen zijn door visuele en schriftelijke opdrachten. De Duitse validatie[2] toont goede gevoeligheid en specificiteit voor het opsporen van MCI en dementie, net zo goed als de klassieke, auditieve versie — maar dan zonder de vertekening door gehoorverlies.
Interessant voor hier: er loopt op dit moment ook een Vlaamse validatiestudie[3] van de MoCA voor mensen met gehoorverlies (ClinicalTrials.gov, NCT06400173) — dit is dus geen ver-van-je-bed-instrument, maar iets dat in Vlaanderen actief onderzocht wordt.
4. Wat je concreet kan vragen
Onderstaande vragen zijn een praktische vertaling van hoe klinici deze valkuil doorgaans aanpakken[5].
- Vraag na of het hoortoestel aanwezig, aan en functionerend was tijdens de test — niet achteraf veronderstellen dat dit vanzelfsprekend gebeurde.
- Vraag hoe met een gekend gehoorprobleem is omgegaan: werden instructies herhaald, luider gegeven, schriftelijk of visueel ondersteund?
- Vraag naar een aangepast instrument (zoals de MoCA-H) wanneer het gehoorverlies matig tot ernstig is — en vraag waarom niet, als dat niet gebeurde.
- Laat de gehoorstatus expliciet naast de testscore noteren in het dossier, zodat een lage score nooit los van dat gegeven wordt gelezen.
- Vraag een herhaling van de test met de juiste ondersteuning bij twijfel over het resultaat — vooral vóór een ingrijpende beslissing (bv. wilsbekwaamheid, zorgzwaarte) op die score wordt gebaseerd.
Veelvoorkomende valkuilen
- Geen hoortoestel bij het onderzoek. Een banale, maar veelvoorkomende fout die de hele test ondermijnt nog vóór ze begint.
- "Harder roepen" als enige aanpassing. Bij veel vormen van gehoorverlies (en bij bijkomende spraak- of verwerkingsproblemen) lost luider spreken niets op — er is een andere aanpak nodig (visueel, schriftelijk, trager tempo), geen hoger volume.
- Interpretatiefout. Een lage score wordt gelezen als cognitieve achteruitgang, terwijl niemand het gehoor als factor heeft uitgesloten.
- Geen terugkoppeling. Wordt het gehoorprobleem pas ná de test vastgesteld, dan wordt de test zelden overgedaan — de foutieve score blijft in het dossier staan.
5. De link met BelRAI
BelRAI steunt op observatie van functioneren in plaats van op een afgelegde test, en is daardoor minder gevoelig voor deze val dan een klassieke MMSE of MoCA. Maar niet immuun: ook de cognitieve prestatieschaal (CPS) binnen BelRAI klopt alleen als de beoordelaar het gehoor- en spraakprobleem expliciet meeneemt bij het scoren. Zie hierover ook de valkuilen bij BelRAI bij CBS.
Bronnen
1. Jorgensen LE, Palmer CV, Pratt S, et al. The effect of decreased audibility on MMSE performance: a measure commonly used for diagnosing dementia. J Am Acad Audiol. 2016;27(4):311-323 — thieme-connect.com
2. Völter C, Fricke H, et al. Validation of the German Montreal-Cognitive-Assessment-H for hearing-impaired. Front Aging Neurosci. 2023;15:1209385 — pmc.ncbi.nlm.nih.gov
3. Validation of the Flemish Montreal Cognitive Assessment (MoCA) for Persons with Hearing Impairment (lopende studie) — clinicaltrials.gov
4. Hearing Loss and Dementia Prevalence in Older Adults — pmc.ncbi.nlm.nih.gov
5. Diagnosis of Dementia Affected by Hearing Loss (praktijkgerichte samenvatting) — hearingreview.com
Bronstatus: de MMSE-cijfers uit punt [1] komen uit één gecontroleerde studie bij jonge, cognitief gezonde proefpersonen met gesimuleerd (niet werkelijk) gehoorverlies — de omvang van het effect bij oudere personen met échte, langdurige gehoorschade kan afwijken, al wijst de bredere literatuur in dezelfde richting. De prevalentiecijfers (punt [4]) variëren sterk per land en per definitie van "gehoorverlies"; de gegeven marge (75-90%) weerspiegelt die spreiding.
