De KATZ-schaal in Vlaamse woonzorgcentra
Werking, afhankelijkheidscategorieën en verantwoordelijkheden — stand juli 2026. Informatief document, geen juridisch of medisch advies.
Begeleidend document: BelRAI LTCF in Vlaamse woonzorgcentra — het beoordelingsinstrument dat de zorgplanning stuurt. De twee horen samen gelezen te worden: de KATZ stuurt de financiering, BelRAI de zorg.
Waarom de KATZ-categorie er voor de bewoner wél toe doet
Vaak wordt gezegd dat de KATZ-inschaling “enkel intern is, voor de subsidie”. In de praktijk ligt dat anders. De categorie bepaalt via de personeelsnormen hoeveel zorgpersoneel de voorziening gefinancierd krijgt — het is geen abstract cijfer maar de handen aan het bed. Als principe geldt: een hogere categorie financiert meer personeel (de exacte normen staan in de codex, art. 430 e.v. — na te rekenen, niet in cijfers overgenomen). En waar een opnamecontract de zorg uitdrukkelijk aan de KATZ-schaal koppelt, bepaalt de categorie mee de zorg waarop de bewoner recht heeft.
De categorie wordt afgeleid uit scores die de voorziening zelf invult, en wordt pas getoetst wanneer iemand controleert — de adviserend arts van de zorgkas of de Zorgkassencommissie. De voorziening is dus tegelijk invuller én belanghebbende. Er geldt wel een wettelijke plicht om te herevalueren bij elke relevante verandering (art. 440, binnen tien werkdagen), maar die plicht wordt pas realiteit als ze effectief wordt uitgevoerd.
Het gevolg: zolang niemand controleert, kan een te lage inschaling blijven staan. Dan weerspiegelt de categorie niet de werkelijke zorgzwaarte, en krijgt de bewoner minder gefinancierde — en bij een contractuele koppeling mogelijk minder verschuldigde — zorg. De KATZ is neutraal op papier, maar ongecontroleerd niet neutraal in gevolg: een administratief instrument dat onopgemerkt uit de realiteit groeit, werkt in het nadeel van de bewoner. Controle door de vertegenwoordiger is daarom geen wantrouwen maar noodzaak. (Ter nuance: de subsidielogica beloont net een correcte, hogere inschaling — het risico ligt dus vooral bij het uitblijven van de herevaluatie, niet bij bewuste besparing.)
1. Wat het is en waarvoor het dient
De KATZ-schaal — officieel het Formulier Indicatiestelling, gebaseerd op Bijlage 41 — stelt de zorgafhankelijkheid vast van een bewoner in een woonzorgcentrum (WZC), centrum voor kortverblijf (CVK) of dagverzorgingscentrum (DVC). De uitkomst is een afhankelijkheidscategorie. Die categorie bepaalt de basistegemoetkoming zorg die de overheid aan het WZC betaalt — en daarmee mee de dagprijs.
Categorieën voor WZC/CVK (art. 425): O, A, B, C, Cd en D. Voor dagverzorging gelden aparte categorieën (art. 426): F, Fd en D; die vallen verder buiten dit document.
Wettelijke basis (BVR 30 november 2018, uitvoering Vlaamse sociale bescherming)[1]: art. 424 = de evaluatieschaal (de acht items en de scoredrempel); art. 425 = de categoriedefinities voor WZC/CVK; art. 426 = die voor dagverzorging; art. 441 = het omstandig verslag bij een categoriewijziging. Scoreregels via het Ministerieel Besluit van 15 mei 2019 (art. 2) en bijlage 1[2]. De definities stemmen overeen met het federale Bijlage 41[3].
2. De acht items en de scoredrempel
Het formulier scoort acht criteria (art. 424: §1 de zes fysieke items, §2 de twee oriëntatie-items), elk op een schaal van 1 (onafhankelijk) tot 4 (volledig afhankelijk).
| Fysieke items (6) | Oriëntatie-items (2) |
|---|---|
| Wassen · Kleden · Transfer & verplaatsingen · Toiletbezoek · Continentie · Eten | Oriëntatie in tijd · Oriëntatie in plaats |
3. De categorieën in één oogopslag — ADL × routes
Een categorie is geen optelsom van punten, maar een patroon: welke combinatie van items haalt de drempel 3/4, en via welke route (fysiek, psychisch of diagnose)? De matrix toont per categorie welke items afhankelijk moeten zijn.
| Cat. | Route | Wassen | Kleden | Transfer | Toilet | Continentie | Eten | Desor. tijd+plaats | Dementiebilan |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| O | onafhankelijk | – | – | – | – | – | – | – | – |
| A | fysiek | ◑ | ◑ | – | – | – | – | – | – |
| A | psychisch | – | – | – | – | – | – | ● | – |
| B | fysiek | ● | ● | ◑ | ◑ | – | – | – | – |
| B | psychisch | ◑ | ◑ | – | – | – | – | ● | – |
| C | fysiek | ● | ● | ● | ● | ◑ | ◑ | – | – |
| Cd | psychisch + zwaar fysiek | ● | ● | ◑ | ◑ | ● | ◑ | ◆ | ◆ |
| D | diagnose alleen | – | – | – | – | – | – | – | ● |
Zo lees je een rij (voorbeeld Cd): Wassen, Kleden én Continentie moeten alle drie afhankelijk zijn (●); van Transfer/Toilet/Eten volstaat er minstens één (◑); en er moet óf desoriëntatie in tijd en plaats zijn, óf een dementiebilan (◆ — één volstaat). Bij categorie O en A-psychisch is de persoon fysiek volledig onafhankelijk; O betekent bovendien “niet dement”.
4. De categorieën in woorden
De exacte wettelijke definities (art. 425 BVR 30 november 2018[1]; identiek aan Bijlage 41, verso[3], en aan de publieke definities van Iriscare[4]). “Afhankelijk” = score 3/4.
| Cat. | Voorwaarden |
|---|---|
| O | Fysiek én psychisch volledig onafhankelijk. |
| A | Fysiek: afhankelijk om zich te wassen of te kleden. — Of psychisch: gedesoriënteerd in tijd én ruimte, én fysiek volledig onafhankelijk. |
| B | Fysiek: afhankelijk voor wassen én kleden, én voor transfer/verplaatsingen en/of toiletbezoek. — Of psychisch: gedesoriënteerd in tijd én ruimte, én afhankelijk voor wassen en/of kleden. |
| C | Fysiek: afhankelijk voor wassen én kleden, én transfer/verplaatsingen én toiletbezoek, én incontinentie en/of eten. |
| Cd | Gedesoriënteerd in tijd én ruimte óf dementiediagnose via gespecialiseerd bilan, én afhankelijk voor wassen én kleden, én incontinentie, én transfer/verplaatsingen en/of toilet en/of eten. |
| D | Diagnose van dementie, vastgesteld op basis van een gespecialiseerd diagnostisch bilan voor dementie (arts-specialist in neurologie, psychiatrie of geriatrie, met schriftelijk verslag). Geen ADL-voorwaarden. |
5. Het scharnier: D versus Cd — definitie én financiering
Het definitieverschil (art. 425) — vaak fout samengevoegd, ook op informatieve websites:
- Categorie D vereist uitsluitend een geldig gespecialiseerd dementiebilan. Géén ADL-voorwaarde. Ook een lichamelijk vrij zelfredzame persoon met dementiediagnose valt onder D.
- Categorie Cd vereist een dementiediagnose óf desoriëntatie én zware fysieke afhankelijkheid (wassen + kleden + incontinentie + transfer/toilet/eten).
Bevestigd door: (1) voetnoot 2 op het formulier — “Niet invullen [oriëntatie-items] indien de patiënt een diagnose dementie heeft op basis van een gespecialiseerd diagnostisch bilan”; (2) het formulierveld “OF: diagnose dementie … op datum van …” — men registreert dus ofwel de psychische scores, ofwel de diagnosedatum; (3) de eWZCfin-registratie neemt bij D/Cd de bilandatum als bepalende variabele.
Belangrijk: het bilan is niet het onderscheid — de ADL is dat
Een dementiebilan brengt je niet automatisch naar D. Wie een bilan heeft én zwaar ADL-afhankelijk is, voldoet aan beide categorieën tegelijk (D via de diagnose, Cd via de diagnose + ADL). Het onderscheidende criterium is dus niet het bilan, maar of de zware ADL aanwezig is. D is de categorie voor de dementerende die fysiek nog vrij zelfredzaam is; Cd voor de dementerende met zware fysieke afhankelijkheid.
Het feitelijke verschil: wat elke categorie financiert
De categorieën lopen op in gefinancierde omkadering: van laag naar hoog O, A, B, C, Cd. Elke stap hoger betekent meer gefinancierd verzorgend en/of verpleegkundig personeel. Categorie B financiert merkbaar minder zorgpersoneel dan C, en C minder dan Cd.
Categorie D is een dementiecategorie die op basis van de diagnose alleen wordt toegekend. Ze volgt een eigen financieringslogica die de zorgzwaarte van iemand met dementiediagnose maar zonder zware fysieke afhankelijkheid weerspiegelt. In gefinancierde omkadering ligt D daardoor lager dan B, C en Cd — het profiel veronderstelt weinig verpleging (slechts ~1,2 VTE per 30 bewoners) en meer activering. De volgorde in gefinancierd personeel is dus O < A < D < B < C < Cd. Een dementerende die óók zwaar fysiek afhankelijk is, hoort daarom in C of Cd — niet in D, dat minder financiert. Zodra ook zware fysieke afhankelijkheid aanwezig is, is Cd de correcte categorie — die combineert de dementiedimensie met de verpleegintensieve fysieke zorg. De formele toewijzing tussen D en Cd gebeurt door de adviserend arts van de zorgkas op basis van de scores en het bilan samen.
6. Het gespecialiseerd diagnostisch bilan dementie
Voor categorie D (en de diagnoseroute van Cd) volstaat geen dementievermoeden. Vereist is een formeel, schriftelijk verslag door een arts-specialist in neurologie, psychiatrie of geriatrie. Een diagnose door de huisarts alléén volstaat niet. Het verslag is gedateerd en ondertekend; het is het externe document waarop de categorie steunt en het hoort in het verzorgingsdossier.
7. Wie doet wat — de rolverdeling
| Actor | Verantwoordelijkheid |
|---|---|
| Het WZC (verantwoordelijke verpleegkundige) |
Vult de zes fysieke scores en de twee oriëntatie-items in, ondertekent, bepaalt de begindatum van de geldigheid, en registreert elektronisch bij de zorgkas (eWZCfin)[5]. Houdt het verzorgingsdossier bij, incl. de bilandatum bij D/Cd. Bij een categoriewijziging moet de nieuwe indicatiestelling steunen op een medische of verpleegkundige indicatie, gestaafd met een omstandig verslag dat in het verzorgingsdossier wordt bewaard (art. 441). In de praktijk gebeurt de invulling vrijwel steeds door het WZC. |
| De behandelend arts (doorgaans de huisarts) |
De artshandtekening (met naam en RIZIV-nummer) is vereist wanneer de dementiediagnose op het formulier wordt ingevuld (Bijlage 41). Bij een categoriewijziging geldt bovendien art. 441: het omstandig verslag moet door een arts ondertekend zijn als de wijziging binnen zes maanden na een Zorgkassencommissie-beslissing valt; anders volstaat een arts óf een verpleegkundige die de bewoner in de ADL kon observeren. De arts stelt de diagnose niet, scoort de ADL niet en kiest de categorie niet — ze bevestigt dat een specialistische dementiediagnose bestaat. Ontbreekt die handtekening op een formulier waarop de dementiediagnose wél is ingevuld, dan is het formulier niet volgens de voorschriften ingevuld. Dat de handtekening vereist is, is regelgeving; of het ontbreken de indicatiestelling ook onwettig of nietig maakt, is een juridische interpretatie die aan een raadsman toekomt. |
| De arts-specialist (neuro / psychiatrie / geriatrie) |
Stelt of bevestigt de dementiediagnose via een schriftelijk bilan. Is niet betrokken bij het invullen van het formulier; het bilan is een extern document in het dossier. |
| Adviserend arts van de zorgkas | Valideert de ingediende indicatiestelling en controleert of de categorie correct is toegekend. Dit is de neutrale toets die het systeem voorziet. |
| Zorgkassencommissie[7] | Controle achteraf: mag het zorgdossier inzien, medische informatie opvragen, onderzoek uitvoeren en de categorie op elk moment corrigeren. Beroepsprocedure mogelijk. |
8. Herevaluatie — wanneer en door wie
Voor het woonzorgcentrum is herevaluatie van de categorie niet periodiek maar gebeurtenis-gestuurd: er geldt geen vaste termijn zoals bij het zorgbudget thuiszorg. De verplichting ligt bij de voorziening en wordt getriggerd door een verandering in de zorgzwaarte.
| Bron | Wat het bepaalt |
|---|---|
| Art. 440 algemene trigger |
Zodra de situatie van de gebruiker zo evolueert dat een andere afhankelijkheidscategorie in overweging zou kunnen komen, moet het WZC een nieuwe indicatiestelling opstellen die overeenstemt met de werkelijke afhankelijkheid, en die melden aan de zorgkas binnen tien werkdagen na de verandering. Het is een plicht van de voorziening — geen aanvraag van de familie. |
| Art. 442 specifiek bij categorie D |
Voor een bewoner in categorie D moet het WZC bij elke wijziging op de fysieke criteria een aangepaste indicatiestelling overmaken. De bewoner blijft D (op grond van het dementiebilan), tenzij de fysieke wijziging leidt tot categorie B, C of Cd. Dit is het wettelijke mechanisme waarlangs een D-bewoner naar Cd verschuift zodra de fysieke criteria (incl. incontinentie) dat niveau halen. |
| Art. 441 vorm bij wijziging |
Elke categoriewijziging vergt een omstandig verslag met medische of verpleegkundige indicatie, bewaard in het verzorgingsdossier. Ondertekening: door een arts als de wijziging binnen zes maanden na een Zorgkassencommissie-beslissing valt; anders door een arts óf een verpleegkundige die de bewoner in de ADL kon observeren. |
| Art. 435, §2–§3 eerste indicatiestelling + handtekening |
De eerste indicatiestelling vergezelt de aanmelding (binnen tien werkdagen na opname). Voor D/Cd op basis van een dementiebilan moet de bilandatum in het verzorgingsdossier staan en is de artshandtekening vereist op de eerste indicatiestelling die naar die datum verwijst. Is die eerste ondertekend, dan hoeft een volgende indicatiestelling met dezelfde datum niet opnieuw door de arts te worden ondertekend. |
Geen vaste periodiciteit. In de WZC-artikelen (435–442) staat geen vaste geldigheidsduur of herevaluatie-interval; de herevaluatie is telkens gekoppeld aan een verandering in de afhankelijkheid. De geldigheidsduren van zes tot zesendertig maanden elders in de regelgeving betreffen het zorgbudget thuiszorg, niet de WZC-tegemoetkoming.
Familie-initiatief — te verifiëren. Een uitdrukkelijk recht voor de gebruiker of vertegenwoordiger om zelf een herziening van de WZC-categorie te vragen, is in de WZC-artikelen niet teruggevonden (het “recht om op ieder ogenblik herziening te vragen” staat in de zorgbudget-thuiszorgsectie). Voor het WZC lopen de sporen via de meldingsplicht (art. 440) en de controle/correctie door de Zorgkassencommissie.
9. Grenzen van de KATZ — en de verhouding tot de zorgplicht
De KATZ meet zes fysieke ADL-items en twee oriëntatie-items. Ze meet niet: nood aan vaste gezichten en structuur, nachtresponstijd, valpreventie, communicatie-ondersteuning of gedragsproblematiek.
KATZ stuurt de financiering, niet op zich de zorg
Wettelijk bepaalt de KATZ-categorie het financieringsniveau (de personeelsnormen en de tegemoetkoming, art. 430). Ze schrijft niet voor welke zorg de voorziening moet leveren. De zorgplicht zelf komt uit het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019[8]: een woonzorgcentrum moet multidisciplinaire, individueel afgestemde zorg leveren en voor elke bewoner een woonzorgleefplan opstellen dat op maat is en continu wordt bijgestuurd. De KATZ als zorgnorm bespreken is dus in beginsel een non-discussie — tenzij het opnamecontract die koppeling zelf maakt.
Koppelt het contract zorg aan KATZ: een bodem, geen plafond
Legt de voorziening in haar contract vast dat zorg “volgens de Katz-schaal” wordt geleverd, dan ontstaat die koppeling louter contractueel — en ze kan enkel als minimum gelden, niet als bovengrens. Een contractueel beding kan de zorg niet lager leggen dan de dwingende kwaliteitsnorm van het Woonzorgdecreet (zorg op maat, woonzorgleefplan). Bij twijfel wordt zo’n door de voorziening opgesteld beding bovendien tegen de opsteller uitgelegd (contra proferentem) en conform de dwingende regelgeving gelezen. “De nodige verzorging volgens de Katz-schaal” betekent dus: de nodige zorg, met KATZ als financieringsreferentie — niet “enkel de zorg die de KATZ-items beschrijven”.
Wanneer een aandoening de KATZ-items structureel niet vat
Sommige zorgnoden — communicatie-ondersteuning, nachtrespons, valpreventie, structuur — komen in geen van de acht KATZ-items terug, ongeacht de aandoening. In dat geval blijft de vorige alinea (bodem, geen plafond) het uitgangspunt: het instrument meet ze niet, maar dat betekent niet dat de zorgplicht ze evenmin dekt. Voor een concrete toepassing bij CBS, zie Naar een woonzorgcentrum.
10. KATZ en BelRAI LTCF — de actuele stand
Assessment en financiering zijn twee verschillende sporen — nu naast elkaar.
- Assessment / zorgplanning: sinds 1 juni 2023 verving BelRAI LTCF de indicatiestelling als beoordelingsinstrument (wettelijke basis: Woonzorgdecreet 15 februari 2019). De uitrol verliep gefaseerd: 10% van alle bewoners tegen 31 december 2023, nieuwe bewoners binnen 8 weken na opname vanaf 1 januari 2024, 40% tegen 1 juni 2024, 70% tegen 1 januari 2025, en 100% tegen 1 juni 2025 (behalve wie net was opgenomen, binnen het 8-wekenvenster)[6]. Die laatste deadline ligt intussen meer dan een jaar achter ons.
- Financiering: zolang de financieringshervorming niet is doorgevoerd, blijft de KATZ-categorie het financieringsinstrument. De KATZ-categorie is dus nog steeds relevant voor de tegemoetkoming.
Gevolg: BelRAI stuurt de zorgplanning, KATZ stuurt (voorlopig) het geld. Een bewoner die sinds de overgang geen BelRAI LTCF-assessment kreeg, wijkt af van de regelgeving — los van de KATZ-categorie.
BelRAI LTCF is het eigenlijke zorginstrument. Het is ontworpen om zorgnoden breed en persoonsgericht in kaart te brengen — veel ruimer dan de acht KATZ-items — en het voedt het woonzorgleefplan. Waar de KATZ-discussie over financiering gaat, hoort de vraag “krijgt deze bewoner de juiste zorg?” thuis bij BelRAI + het woonzorgleefplan. Juist bij een aandoening die de KATZ niet vat, is BelRAI het instrument dat de reële noden wél kan weergeven. Ontbreekt een verplichte BelRAI LTCF-inschaling, dan is er geen deugdelijke basis voor de zorgplanning — een zelfstandig tekort, los van de KATZ-categorie.
Opvallend: zelfs de overheid organiseerde op 27 juni 2025 — ruim ná de verplichte volledige uitrol — nog een webinar getiteld “BelRAI: wat na de zachte opstart?”[9]. Wat dat precies zegt over hoe de invoering in de praktijk verloopt, is niet met zekerheid te stellen — het kan wijzen op een moeizame implementatie, maar evengoed op voortgezette ondersteuning van een instrument dat al in gebruik is. In onze eigen gesprekken met zorgverleners kwam BelRAI zelden of nooit uit zichzelf ter sprake als het juiste instrument — een indruk, geen cijfer, maar één die bij dit tijdsverloop opvalt.
11. Klacht- en beroepskanalen
| Kanaal | Bevoegdheid |
|---|---|
| Zorgkas van de bewoner (via mutualiteit) | Indicatiestelling, correctie categorie, tegemoetkoming |
| Woonzorglijn (Departement Zorg) | Informatie- en klachtenkanaal — tel. 02 553 75 00 |
| Zorgkassencommissie | Controle achteraf, categoriecorrectie |
| Vlaamse Zorginspectie | Toezicht op kwaliteit en regelgeving |
| Vredegerecht | Bevel tot overlegging van documenten |
Bronnen
1. Besluit Vlaamse Regering 30 november 2018 — Codex Vlaanderen: art. 424 (evaluatieschaal), art. 425 (categorieën WZC/CVK: O/A/B/C/Cd/D), art. 426 (dagverzorging: F/Fd/D), art. 430 §1 (personeelsnormen per categorie), art. 435 (aanmelding + indicatiestelling + handtekening), art. 440 (nieuwe indicatiestelling bij evolutie), art. 441 (omstandig verslag bij wijziging), art. 442 (D-bewoner bij fysieke wijziging): codex.vlaanderen.be
2. Ministerieel Besluit 15 mei 2019 (uitvoering VSB, art. 2) — etaamb.openjustice.be · Codex: codex.vlaanderen.be
3. Bijlage 41 (recto/verso — categoriedefinities, drempel 3/4, voetnoot 2): begralim.be/docs/katz.pdf
4. Definities afhankelijkheidscategorieën — Stat Iriscare: stat.iriscare.brussels
5. eWZCfin-handleiding — Departement Zorg: zorg-en-gezondheid.be
6. BelRAI binnen de ouderenzorg, incl. het gefaseerde implementatietraject (10/40/70/100%-mijlpalen) — Departement Zorg: departementzorg.be
7. De Zorgkassencommissie — Departement Zorg: departementzorg.be
8. Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 (zorgplicht op maat, woonzorgleefplan) — Codex Vlaanderen: codex.vlaanderen.be
9. Webinar “BelRAI: wat na de zachte opstart?” (27 juni 2025) — Kwaliteitscentrum Diagnostiek: kcdvzw.be
Bronstatus: de artikelverwijzingen (art. 424, 425, 426 en 441 BVR 30 november 2018)[1] en Bijlage 41[3] zijn tegen de geconsolideerde wettekst gecontroleerd. Eén punt blijft open: de exacte einddatum van de financieringsovergang KATZ → BelRAI LTCF. Sectie 9 ("bodem, geen plafond", de toepassing van contra proferentem) is geen citaat uit wet of rechtspraak maar een eigen juridische lezing, opgebouwd vanuit het Woonzorgdecreet en algemene contractrechtelijke principes — hierbij expliciet als zodanig gemarkeerd, niet door een advocaat bevestigd.
